Image Image Image Image Image Image Image Image Image Image

NWWB | April 25, 2017

Scroll naarboven

Top

Cursusaanbod Trainers, Coaches & Begeleiders

Onderstaande cursussen worden aangeboden aan trainers, coaches en begeleiders die lid zijn van de NWWB. Voor alle actuele informatie over Veilig Sportklimaat klik HIER.

 

Er is meer te winnen: coachen op sociaal gedrag

Trainen en coachen van 6- tot 12jarigen

Trainen en coachen van pubers

Trainen en coachen van jongeren met autisme

Weerbaarheid voor Trainers en coaches

Herkennen en voorkomen van seksuele intimidatie

Sporters met een verstandelijke handicap

Doping

Sportmedisch-Herkennen overbelastingsblessure

Praktijkbegeleider in de sport

Weerbaarheid voor arbitrage

Sportiviteit en Respect: nog effectiever opleiden

 

Er is meer te winnen: coachen op sociaal gedrag

Bijscholing voor trainers en coaches / 4 dagdelen

Sporten bij een sportclub draait niet alleen om het (aan)leren van sporttechnische vaardigheden. De sociale en persoonlijke ontwikkeling van de jonge sporter zijn zeker zo belangrijk. Te denken valt aan het functioneren in een groep, omgaan met tegenslag, doorzettingsvermogen en het accepteren van leiding. Niet voor niets wordt gesteld dat – na het gezin en de school – de sportclub het derde opvoedmilieu is. Vanzelfsprekend is de rol van de trainer-coach hierbij cruciaal.

Naarmate je als trainer beter in staat bent een positief en stimulerend sportklimaat te creëren en daarnaast óók goed kunt reageren op verstorend gedrag, zal je bijdrage aan de sociale en persoonlijke ontwikkeling van je sporters groter zijn. Daardoor wordt er vooral op persoonlijk vlak meer gewonnen.

Deze bijscholing leert je allereerst de vaardigheden om een positief en stimulerend sportklimaat te creëren waarbinnen je sporters zich sociaal veilig voelen en zich met plezier optimaal kunnen ontwikkelen. Kernbegrippen daarbij zijn ‘structureren’ en ‘stimuleren’. Een goede structuur betekent niet een knellend keurslijf van afspraken, maar geeft duidelijkheid en biedt juist ruimte voor ontwikkeling. Met stimuleren wordt onder meer bedoeld: positief coachen, aandacht geven aan het goede, primair de nadruk leggen op verbetering van de eigen vaardigheden en minder op het resultaat: winst of verlies.

Je traint tevens je vaardigheden om op de juiste wijze om te gaan met kleine en grote verstoringen. Als trainer sta je vaak voor de keus: negeren of ingrijpen? Wanneer en hoe reageer je? Welke reactie is in welke situatie het meest effectief? Soms zal je een sporter apart moeten nemen en hem in een kort gesprek ‘aan de zijlijn’ bewust maken van het effect van zijn gedrag. Hoe pak je dit aan?

De bijscholing is bedoeld voor trainers die aantoonbare ervaring hebben met het zelfstandig geven van lessen en trainingen. Een diploma is dan ook niet vereist. Deze bijscholing wordt gegeven op KSS niveau 3 van een bij NOC*NSF aangesloten sportbond.

Opzet/Programma

Allereerst leer je in deze bijscholing de vaardigheden om een positief en stimulerend sportklimaat te creëren waarbinnen iedereen zich sociaal veilig voelt en zich met plezier optimaal kan ontwikkelen. Kernbegrippen daarbij zijn ‘structureren’ en ‘stimuleren’ zijn daarbij kernbegrippen. Structuur moet geen knellend keurslijf van afspraken zijn. Een goede structuur zorgt voor duidelijkheid en houvast, maar biedt ook ruimte voor ontwikkeling. Stimuleren omvat onder andere positief coachen, aandacht geven aan het goede, primair de nadruk leggen op verbetering van de eigen vaardigheden en minder op het resultaat, winst of verlies.

Tevens train je je vaardigheden op juiste wijze om te gaan met grotere en kleinere verstoringen. Wanneer reageer je en hoe reageer je? Als trainer sta je vaak voor de keus: negeren of ingrijpen? Je leert in welke situatie welke reactie het meest effectief is. Hoe ga je om met de eigenwijze jonge sporter die altijd liever zijn eigen gang gaat? Hoe ga je om met degene die de sfeer juist minder positief en minder sociaal veilig maakt. Of met degene die jouw rol en gezag ondermijnt?

Tot slot oefen je met een eenvoudig gespreksmodel eventuele correctiegesprekken.
Want hoewel je natuurlijk primair sporttrainer bent en geen opvoeder, is het soms nodig een sporter apart te nemen en hem bewust te maken van zijn gedrag.

Hoewel de bovengenoemde vaardigheden in de meeste trainerscursussen in meer of mindere mate een plek hebben, komen ze daar al snel in het gedrang tussen de aandacht voor de sporttechnische trainersvaardigheden. In deze bijscholing gaat het juist primair om de pedagogische vaardigheden van de trainer-coach. Als je deze vaardigheden beheerst, zul je op allerlei terreinen ‘winst’ boeken met je sporters!

De bijscholing bestaat uit vier bijeenkomsten van elk drie uur. Het programma kent verschillende didactische werkvormen: presentaties, discussievormen en oefeningen die direct te vertalen zijn naar het veld, het zwembad en de sportzaal, alsmede opdrachten die in de eigen praktijk moeten worden uitgevoerd. In de bijscholing wordt veel gebruik gemaakt van beelden uit de sportpraktijk.

Leerdoelen
* Bewust worden van jouw invloed op de sociale en persoonlijke ontwikkeling van de sporter;
* Inzicht krijgen in gedrag en gedragsontwikkeling van jonge mensen;
* Vaardigheden beheersen om een sociaal veilig, positief en stimulerend sportklimaat te creëren;
* Effectief kunnen omgaan met verstorend en ongewenst gedrag;
* Individuele sporters kunnen coachen op hun gedrag.

Je ontvangt na afloop van de bijscholing een bewijs van deelname.

 

Themagericht trainen en coachen van 6- tot 12-jarigen

Bijscholing voor trainers en coaches / 4 dagdelen

Kinderen in leeftijdsgroep 6 tot 12 jaar zijn volop in ontwikkeling: ze worden zich bewust van wat ze goed of juist minder goed kunnen. Ze leren zich verhouden tot anderen (leeftijdsgenoten en volwassenen), ontwikkelen hun eerste zelfbeeld en mogelijk ook hun eerste serieuze ambities. Zelfvertrouwen is in deze fase een centraal thema. Zonder zelfvertrouwen durft een kind geen nieuw gedrag uit te proberen of grenzen te verleggen.

De sportclub is bij uitstek de plek waar kinderen zelfvertrouwen kunnen ontwikkelen. Helaas kan ook een gebrek aan zelfvertrouwen aan het licht komen. Het zou toch mooi zijn als jij als trainer-coach niet alleen een bijdrage kunt leveren aan de ontwikkeling van sporttechnische vaardigheden, maar óók aan de ontwikkeling van zelfvertrouwen van je sporters?!

In deze bijscholing krijg je de kennis, inzichten en vaardigheden aangereikt om volgens de principes en werkwijze van ‘themagericht trainen en coachen’ zelfvertrouwen bij kinderen tot ontwikkeling te brengen. Belangrijke kenmerken van deze themagerichte werkwijze zijn plezier, positieve aandacht, gezamenlijk doelen stellen en zelfwaargenomen competentie. Oftewel: het kind wordt zich bewust van wat hij heeft bereikt.

De bijscholing is bedoeld voor trainers die aantoonbare ervaring hebben met het zelfstandig geven van lessen en trainingen aan sporters in deze leeftijd. Een diploma is dan ook niet vereist. Deze bijscholing wordt aangeboden op KSS niveau 3 van een bij NOC*NSF aangesloten sportbond.

Opzet/Programma
In deze bijscholing leer je aan de hand van de principes van themagericht trainen en coachen om ontwikkelthema’s zelfvertrouwen, een positief zelfbeeld en zich verhouden tot anderen, expliciet een plaats te geven in de opbouw van je training.

In de eerste twee dagdelen van deze bijscholing krijg je inzicht in ontwikkelingskenmerken van 6- tot 12-jarigen. Daarbij wordt onder andere ingegaan op de pedagogische waarde van sport in deze leeftijdsfase en de invloed van jou als trainer. Meer in het bijzonder wordt aandacht besteed aan de achterliggende principes van de ontwikkeling van zelfvertrouwen en aanverwante thema’s. Met de benodigde informatie bij de hand krijg je vervolgens een introductie in de werkwijze van het themagericht trainen en coachen. Je ervaart zelf themagerichte trainingsvormen in de gymzaal en de opbouw van een themagerichte training wordt stap voor stap doorgenomen.

In de laatste twee dagdelen van de bijscholing ga je zelf aan de slag met het opzetten, uitvoeren en evalueren van een themagerichte training waarin sociale en persoonlijke ontwikkeling centraal staan. Je leert dus hoe je – naast sporttechnische en tactische vaardigheden – je sporters ook kunt introduceren in specifieke ontwikkelthema’s, zoals in dit geval zelfvertrouwen, waardering en respect voor anderen of samen doelen bereiken. Hierbij wordt de stapsgewijze opbouw van een themagerichte training gevolgd:
• wat is er in de wedstrijd of op school voorgevallen: wat ging er goed, wat kan beter?
• hoe kunnen jouw kwaliteiten en de kwaliteiten van anderen ons helpen om de beoogde doelen te bereiken?
• uitproberen, gezamenlijk plezier, grenzen verleggen, inzet van ieders kwaliteiten, met waardering voor jezelf en de ander.
• terugblik: wat lukt nu wel? Hoe komt dat (positievere waardering)? Ben je gegroeid? Is de groep gegroeid?

Deze opbouw leidt tot zelfwaargenomen competentie van de 6- tot 12-jarige: zij ervaren wat ze kunnen en wat ze geleerd hebben. Het zorgt voor toegenomen zelfvertrouwen en een positief zelfbeeld. Dit is waardevol voor de verdere ontwikkeling binnen de sport, maar zeker ook daarbuiten
Leerdoelen
* Bewust worden van je invloed op de ontwikkeling van kinderen van 6-12 jaar;
* Kennis vergroten over de ontwikkeling van 6- tot 12-jarigen;
* De principes en werkwijze van het themagericht trainen en coachen kunnen toepassen;
* Themagericht trainen en coachen gericht kunnen inzetten op het thema zelfvertrouwen.

Je ontvangt na afloop van de bijscholing een bewijs van deelname.

Let op!
Net als in de bijscholing ‘themagericht trainen en coachen van pubers’ staat het themagericht trainen en coachen centraal. De inhoud verschilt in de ontwikkelingskenmerken van de jongeren en de thema’s die als centraal voorbeeld worden gebruikt. We raden je aan niet beide bijscholingen te volgen, maar om te kiezen voor de doelgroep waarmee je het meeste werkt.

 

Themagericht trainen en coachen van pubers

Bijscholing voor trainers en coaches / 4 dagdelen

Jongeren in de puberleeftijd zijn druk bezig een eigen identiteit te ontwikkelen. De hormonen gieren door het lijf, ze spiegelen zich constant aan anderen, zoeken grenzen op en zijn altijd op zoek naar het nut en de zin van de opdrachten die ze krijgen. Dat is niet alleen vervelend voor jou als trainer, maar ook voor de jongeren zelf! Want niet alleen in de sport, maar ook op school en daarbuiten wordt er veel van hen gevraagd. Maar al te vaak ontbreken de energie en de motivatie om aan de verwachtingen te voldoen. Doelen stellen en doorzettingsvermogen zijn dan ook belangrijke thema’s in hun ontwikkeling en daar kun jij als trainer-coach een grote bijdrage aan leveren.

Wat op school vaak niet mogelijk is, kan in de sport wel…Laat pubers zelf hun doelen stellen, laat ze reflecteren op hun eigen inzet en doorzettingsvermogen, laat ze ervaren wat ze wel en wat ze nog niet kunnen. Verlang niet altijd het heilige vuur, maar creëer een plezierige sportomgeving waarin zij zich gezien en gehoord voelen. Themagerichte sporttrainingen bieden hier talloze mogelijkheden voor.

In deze bijscholing krijg je de kennis, inzichten en vaardigheden aangereikt om volgens de principes en werkwijze van ‘themagericht trainen en coachen’ je training zo in te richten, dat juist vooral het thema motivatie aan de orde komt. Kenmerken van de themagerichte werkwijze zijn plezier, positieve aandacht, doelen stellen en zelfwaargenomen competentie. Oftewel: de jongere wordt zich bewust van wat hij heeft bereikt.

De bijscholing is bedoeld voor trainers die aantoonbare ervaring hebben met het zelfstandig geven van lessen en trainingen aan sporters. Een diploma is dan ook niet vereist. Deze bijscholing wordt aangeboden op KSS niveau 3 van een bij NOC*NSF aangesloten sportbond.

Opzet/Programma
Motivatie is voor pubers een belangrijk thema. In deze bijscholing leer je aan de hand van de principes van themagericht trainen en coachen om motivatie (met onderliggende thema’s als doorzettingsvermogen en doelen stellen) expliciet een plaats te geven in de opbouw van je training.

In de eerste twee dagdelen van deze bijscholing krijg je allereerst inzicht in ontwikkelingskenmerken van pubers. Daarbij wordt onder andere ingegaan op de pedagogische waarde van sport in deze leeftijdsfase en de invloed van jou als trainer. Meer in het bijzonder besteedt de bijscholing aandacht aan achterliggende principes van motivatie, zoals erkend worden, betrokkenheid, doelen stellen, doorzetten of afhaken, de rol van plezier en de relatie met de trainer.

Met de benodigde informatie bij de hand krijg je vervolgens een introductie in de werkwijze van het themagericht trainen en coachen. Je ervaart zelf themagerichte trainingsvormen in de gymzaal en de opbouw van een themagerichte training wordt stap voor stap doorgenomen.

In de laatste twee dagdelen van de bijscholing ga je zelf aan de slag met het opzetten, uitvoeren en evalueren van een themagerichte training waarin motivatie of onderdelen ervan centraal staan.
Je leert hoe je – naast het aanleren van sporttechnische- en tactische vaardigheden – je sporters ook kunt introduceren in specifieke ontwikkelthema’s, zoals in dit geval motivatie of doorzettingsvermogen. Hierbij wordt de stapsgewijze opbouw van een themagerichte training gevolgd:
• wat is er in de wedstrijd of op school voorgevallen?
• hoe kan meer doorzettingsvermogen je daarbij helpen?
• hoe kunnen we met elkaar werken aan de ontwikkeling van doorzettingsvermogen?
• terugblik: wanneer gaf je op? En wat moet je doen om toch door te gaan?

Deze opbouw leidt tot zelfwaargenomen competentie van de pubers: zij ervaren wat doelen stellen, motivatie en doorzettingsvermogen opleveren in de sport maar ook daarbuiten.

De bijscholing vindt plaats in een gymzaal en tijdens het praktijkdeel ben je zelf deelnemer. Je moet dus niet alleen pen en papier meenemen, maar ook zaalschoenen en sportkleding.

Leerdoelen
* Bewust worden van je invloed op de ontwikkeling van jongeren in de puberleeftijd;
* Kennis en inzicht krijgen in de ontwikkelfase van jongeren in de puberleeftijd;
* De principes en werkwijze van het themagericht trainen en coachen kunnen toepassen;
* Themagericht trainen en coachen gericht kunnen inzetten op de thema’s doelen stellen, motivatie en doorzettingsvermogen.

Je ontvangt na afloop van de bijscholing een bewijs van deelname. Informeer bij je bond of deze bijscholing mogelijk licentiepunten oplevert.

Let op!
Net als in de bijscholing ‘themagericht trainen en coachen van 6-12 jarigen’ staat het themagericht trainen en coachen centraal. De inhoud verschilt in de ontwikkelingskenmerken van de jongeren en de thema’s die als centraal voorbeeld worden gebruikt. We raden je aan niet beide bijscholingen te volgen, maar om te kiezen voor de doelgroep waarmee je het meeste werkt.

 

Themagericht trainen en coachen van jongeren met autisme

Bijscholing voor trainers en coaches / 1 dagdeel

Kinderen en jongeren met autisme vinden het lastig te bedenken welke sport ze leuk vinden. Ze moeten het eigenlijk eerst ervaren, voordat ze een keuze kunnen maken welke sport en welke vereniging het beste voorzien in hun behoeften. Als trainer-coach is het daarom zaak dat je autisme (h)erkent. Dat is niet bepaald eenvoudig, want autisme is aan de buitenkant niet zichtbaar.

Kinderen met autisme worden soms ondergebracht in een G-team. Door hun normale en meestal zelfs bovengemiddelde intelligentie zijn ze daar eigenlijk niet op hun plaats. Maar zonder ondersteuning voelen ze zich vaak ook in een regulier sportteam niet echt op hun gemak. Trainers en coaches kunnen hier een belangrijke rol in vervullen.

In deze bijscholing leer je gedragingen die voortkomen uit autisme, te herkennen en vooral te begrijpen. Je leert structuur aan te brengen in de tijd, activiteit, ruimte en je eigen gedrag als trainer binnen een training of wedstrijd. Zo kun je je communicatie aanpassen aan de sporter met autisme en zodoende een veilige en gestructureerde sportomgeving creëren. Je kunt er – kortom – voor zorgen dat sporters met autisme zich thuis voelen bij jou, in je team en binnen je vereniging.

De bijscholing is bedoeld voor trainers die aantoonbare ervaring hebben met het zelfstandig geven van lessen en trainingen aan de doelgroep. Een diploma is dan ook niet vereist. Deze bijscholing wordt gegeven op KSS niveau 3 van een bij NOC*NSF aangesloten sportbond.

Opzet/Programma
De bijscholing ‘Autisme in de sport’ (één dagdeel) geeft je een beter inzicht in situaties die zich kunnen voordoen bij sporters met autisme. De bijscholing begint met een korte voorstelronde waarbij alle deelnemers hun verwachtingen en leervragen kunnen uitspreken. Daarna ga je in subgroepen brainstormen over wat sporters met autisme nodig hebben tijdens trainingen en wedstrijden. Na een korte pauze presenteren de subgroepen hun uitkomsten en wordt er een link gelegd naar de theorie. Daarna ga je aan de slag met de toepassing naar structuren in de praktijk.

Leerdoelen
* Gedragingen die voortkomen uit autisme herkennen en begrijpen;
* Communicatie kunnen aanpassen aan een sporter met autisme;
* Structuur kunnen aanbrengen in tijd, activiteit, ruimte en jezelf binnen een training of wedstrijd.

Je ontvangt na afloop van de bijscholing een bewijs van deelname.

 

Weerbaarheid voor trainers en coaches

Bijscholing voor trainers en coaches / 2 dagdelen

Sport ís emotie, maar soms nemen emoties de overhand en is er sprake van verbaal of zelfs fysiek geweld. Je ziet het regelmatig op televisie, maar je herkent het ongetwijfeld ook vanuit situaties waar jijzelf als trainer, coach of teambegeleider bij bent geweest. Je wilt iets doen om de gemoederen tot bedaren te brengen (dat wordt vaak ook van je verwacht), maar de kans is groot dat je jouw eigen emoties inmiddels niet meer in de hand hebt…

Als trainer is het belangrijk dat je het gedrag van je eigen sporters in spanningsvolle situaties herkent: wat zijn de belangrijkste kenmerken en hoe kun je eventueel tijdig grenzen stellen? In de praktijk is het helaas vaak zo, dat je de situatie pas werkelijk herkent als het eigenlijk al te laat is. Het is dan van belang dat jij je niet mee laat voeren in de emotie van het moment. Je moet je hoofd erbij houden in een stressvolle situatie.

In de bijscholing leer je hoe je je eigen emoties kunt controleren. Hoe bereik je dat je weer rationeel en welbewust kunt handelen? Vervolgens leer je hoe je dreigende situaties beter kunt beoordelen en –belangrijker nog – weet je hoe je het beste kunt handelen. Niet alleen naar jouw eigen sporters, maar zonodig ook naar toeschouwers, tegenstanders of scheidsrechters.

De bijscholing is bedoeld voor trainers die aantoonbare ervaring hebben met het zelfstandig geven van lessen en trainingen. Een diploma is dan ook niet vereist. Deze bijscholing wordt gegeven op KSS niveau 3 van een bij NOC*NSF aangesloten sportbond.

Opzet/Programma
Deze bijscholing biedt je praktische tools en vaardigheden om je eigen emoties te controleren. Je leert – door middel van weerbaarheidsprincipes uit de vechtsport – hoe je jezelf weer ‘in control’ kunt brengen als je geprovoceerd wordt of als je voelt dat je emoties de overhand dreigen te nemen.

Vervolgens krijg je handvatten aangereikt hoe je als trainer in dreigende situaties kunt handelen om verdere escalatie te voorkomen, als het gaat om eigen sporters, toeschouwers, scheidsrechters of tegenstanders. Dat begint met het tijdig herkennen van dergelijke situaties en hoe je daarbij grenzen kunt stellen. Wat zijn de belangrijkste fases en kenmerken van mogelijke escalaties? Wanneer kun je nog iets doen en wat dan precies?

De bijscholing bestaat uit een eendaags programma en vindt plaats in een gymzaal. Tijdens deze dag worden fysieke weerbaarheidslessen afgewisseld met theorie en voorbeeldsituaties. Naast pen en papier moet je dus ook sportkleding en zaalschoenen meenemen.

Leerdoelen
Deelnemers wordt gevraagd vooraf na te denken over hun eigen leerdoelen en over (dreigende/emotionele) situaties uit de praktijk waarin jij als trainer hebt opgetreden of dit juist hebt nagelaten en achteraf had willen doen. De thema’s/leerdoelen die tijdens de bijscholing sowieso aan de orde komen zijn:

* Jezelf weer onder controle brengen als de spanning hoog oploopt;
* Tijdig herkennen van situaties die uit de hand dreigen te lopen;
* Optreden op een wijze die bijdraagt aan de-escalatie van de situatie

Je ontvangt na afloop van de bijscholing een bewijs van deelname.

 

Herkennen en voorkomen van seksuele intimidatie

Bijscholing voor trainers en coaches / 1 dagdeel

Seksuele intimidatie en sport zouden eigenlijk niets met elkaar te maken moeten hebben. Toch vinden er helaas nog altijd incidenten plaats, variërend van seksueel getinte opmerkingen tot aanranding en zelfs verkrachting. Het is een illusie te denken dat de sportwereld anders is dan de ‘gewone’ maatschappij. En dus kun je er als trainer/coach maar beter op voorbereid zijn dat dergelijke incidenten ooit ook een keer bij jouw club zouden kunnen gebeuren.

Als begeleider in de sport heb je de verantwoordelijkheid om de sociale veiligheid te waarborgen. Preventie van seksuele intimidatie is daarbij een belangrijk onderwerp. Het is belangrijk dat je weet wat er onder deze noemer valt, wat de gevolgen ervan kunnen zijn en welke gewenste omgangsvormen er binnen de sport bestaan.

De bijscholing geeft je inzicht in de thematiek en creëert bewustwording. Bovendien leer je de signalen van seksuele intimidatie te herkennen.

De bijscholing is bedoeld voor trainers die aantoonbare ervaring hebben met het zelfstandig geven van lessen en trainingen. Een diploma is dan ook niet vereist. Deze bijscholing wordt gegeven op KSS niveau 3 van een bij NOC*NSF aangesloten sportbond.

Opzet/Programma
In deze bijscholing komen de gedragsregels in de sport aan de orde en waar en hoe seksuele intimidatie meestal plaatsvindt. Je leert hoe je betrokkenen kunt aanspreken op ongewenst gedrag en je komt te weten wat de mogelijke gevolgen kunnen zijn voor het slachtoffer én de beschuldigde. Daarnaast leer je om de juiste gedragscode uit te dragen naar de trainingsgroep en andere mensen ‘rond’ het team en binnen de club. Op deze manier lever je een preventieve bijdrage aan een veilige sportomgeving voor iedere sporter!

De bijscholing duurt één dagdeel en begint met een korte voorstelronde waarbij de deelnemers hun verwachtingen en leervragen kunnen uitspreken. Door middel van werkvormen in subgroepen zul je zelf ervaren dat de afstand die iemand wel of niet meer prettig vindt, puur persoonlijk is. Na een korte pauze worden de uitkomsten doorgesproken en wordt er een link gelegd naar de theorie.

Leerdoelen
* Bewust worden van de context waarbinnen je als trainer functioneert (machtsverhouding) en wat je daaraan kunt bijdragen;
* De gedragsregels van NOC*NSF en eventuele aanvullingen van de eigen bond kennen om seksuele intimidatie te voorkomen;
* Aan kunnen geven welk gedrag seksueel intimiderend is of daartoe kan leiden;
* Ongewenst gedrag kunnen signaleren;
* Weten hoe ongewenst gedrag moet worden gemeld bij de verantwoordelijke trainer of de vertrouwenspersoon;
* Betrokkenen kunnen aanspreken op ongewenst gedrag;
* Kunnen toelichten wat de gevolgen van seksuele intimidatie zijn voor slachtoffer en beschuldigde;
* Kunnen omgaan met verschillen in opvatting over grensoverschrijdend gedrag.

Je ontvangt na afloop van de bijscholing een bewijs van deelname.

 

Sporters met een verstandelijke handicap

Bijscholing voor trainers en coaches / 1 dagdeel

Sporters met een verstandelijke handicap vragen niet om een speciale-, maar wel om een aangepaste benadering. Als trainer-coach is het je taak om voor al je pupillen – met of zonder beperking – een veilig sportklimaat te creëren. Het geeft enorm veel voldoening als je je kunt verplaatsen in de belevingswereld van sporters met een verstandelijk handicap en daar op een passende manier mee om weet te gaan.

Het verloop van sportwedstrijden is over het algemeen minder voorspelbaar en overzichtelijk. Je weet niet wat er van tevoren gaat gebeuren. De tegenstander kan iets anders doen dan je verwacht, het scoreverloop kan tegenzitten en de scheidsrechter kan een al dan niet verkeerde beslissing nemen die wellicht van invloed is op de wedstrijd. Voor sporters met een verstandelijke handicap kan dit verwarrend zijn. Deze bijscholing leert je hoe je daar als sportleider op de juiste manier over kunt communiceren, zaken kunt concretiseren en – daar waar nodig en mogelijk – structuur kunt bieden.

De bijscholing is bedoeld voor trainers die aantoonbare ervaring hebben met het zelfstandig geven van lessen en trainingen aan de doelgroep. Een diploma is dan ook niet vereist. Deze bijscholing wordt gegeven op KSS niveau 3 van een bij NOC*NSF aangesloten sportbond.

Opzet/Programma
Nadat de vragen en verwachtingen van de cursisten zijn geïnventariseerd, leer je wat een verstandelijke handicap is, wat het begrip ‘totale communicatie’ inhoudt en wat beïnvloedingsfactoren zijn voor sporters met een verstandelijke handicap. Ook krijg je handvatten hoe je sporters met een verstandelijke handicap aanwijzingen kunt geven.

Leerdoelen
* Inzicht krijgen in de kenmerken en belevingswereld van mensen met een verstandelijke handicap;
* Visie kunnen verwoorden op sporters met een verstandelijke handicap;
* Op basis van inzicht in de doelgroep weten hoe je deze sporters kunt begeleiden;
* Trainingen of lessen kunnen afstemmen op sporters met een verstandelijke handicap;
* Wedstrijdmogelijkheden kennen voor sporters met een verstandelijke handicap.

Je ontvangt na afloop van de bijscholing een bewijs van deelname.

 

Doping

Bijscholing voor trainers en coaches / 1 dagdeel

Het zal je maar gebeuren, dat een van je sporters wordt betrapt op het gebruik van doping. Of het nu bewust is gedaan om beter te presteren, een ongelukje met vervuild vlees in het buitenland of een verkeerd ingevuld formulier: zijn naam is voor altijd ‘besmet’. Door goed op de hoogte te zijn van de dopingregels en je bewust te zijn van de mogelijke gevaren, kun je als trainer-coach je sporters behoeden voor een misstap die hun carrière (en die van jou!) enorm kan schaden.

Iedere trainer die met topsporters werkt, zou zich eigenlijk moeten verdiepen in de dopingregels. Het is goed om te weten hoe je dispensatie kunt aanvragen bij het gebruik van medicijnen, maar óók wat de gevolgen kunnen zijn van het roken van een jointje. Bovendien heeft een sporter bepaalde plichten, maar ook rechten bij een dopingcontrole. Een goed geïnformeerde trainer kan zijn sporter(s) in dat opzicht beter bijstaan, zowel preventief als bij een eventuele positieve controle.

Overigens is het voor alle bij NOC*NSF geregistreerde topsporters en talenten, coaches en begeleiders ook verplicht om op de hoogte zijn van de rechten en plichten van de World Anti-Doping Code. Deze bijscholing van een dagdeel, die wordt geleid door een expert van de Nederlandse Dopingautoriteit, is dus eigenlijk een must voor iedere trainer of andere begeleider van topsporters en talenten.

De bijscholing is bedoeld voor trainers die een opleiding op KSS niveau 3 van een bij NOC*NSF aangesloten sportbond hebben doorlopen of bezig zijn deze te volgen, alsmede voor sportleiders zonder diploma die aantoonbare ervaring hebben met het zelfstandig geven van trainingen aan topsporters.

Opzet/Programma
De bijscholing is opgezet om trainers te informeren over het actuele antidopingbeleid. Je komt te weten wat wel en niet mag en leert hoe je het beste kunt handelen als jouw sporter een ‘middeltje’ heeft gevonden dat prestatieverhogend zou moeten werken.

In een korte voorstelronde kunnen de deelnemers aan de bijscholing hun verwachtingen en leervragen uitspreken. Aan de hand van verschillende dilemma’s ga je vervolgens in groepen discussiëren over de thematiek. Na een korte pauze presenteren de groepen hun uitkomsten en wordt er een link gelegd naar de theorie.

Leerdoelen
* Kennis uitbreiden/actualiseren op het gebied van doping;
* Weten hoe je moet handelen in bepaalde situaties die met doping te maken hebben;
* Een mening vormen over bepaalde dilemma’s als het gaat om doping.

Na afloop ontvang je een bewijs van deelname.

 

sportmedisch-Herkennen van overbelastingsblessures (niveau 3)

Bijscholing voor trainers en coaches / 1 dagdeel

Voorkomen is beter dan genezen. Dat geldt zeker voor sportblessures. Die kunnen acuut optreden (bijvoorbeeld door een botsing) maar ook langzaam inslijpen. Als je niet tijdig en adequaat ingrijpt, kunnen lichte pijnklachten uitgroeien tot serieuze blessures met mogelijk een operatie en een lange revalidatieperiode tot gevolg. Als trainer is het zaak klachten die duiden op overbelasting en overtraining te herkennen en passende maatregelen te nemen.

Als je te maken krijgt met een sportongeval, dan is het belangrijk onderscheid te kunnen maken tussen ernstige (levensbedreigende en invaliderende) en milde letsels. Voor alle ernstige- en voor jou als trainer onbekende letsels, moet je uiteraard direct professionele hulp van een arts of EHBO’er inschakelen. Milde letsels aan de huid of het bewegingsapparaat en overige letsels die het direct verder sporten in de weg staan, moet je in eerste instantie zelf kunnen behandelen. Voor trainers die een opleiding niveau 3 hebben gevolgd of daarmee bezig zijn, is er nu een bijscholing om overbelastings- en andere beginnende blessures beter te herkennen en hoe je moet handelen bij een sportongeval.

Opzet/Programma
De bijscholing begint met een inventarisatie van vragen en verwachtingen van cursisten en het rubriceren van acute en overbelastingsletsels. Vervolgens bespreken de deelnemers de factoren die de sportbelasting beïnvloeden en het model belasting/belastbaarheid, als ook de handelingen die bij ernstige en milde letsels nodig zijn.

Leerdoelen
* Herkennen van de risico’s van je sport en maatregelen kunnen treffen om die risico’s te vermijden;
* Beter de oorzaken en gevolgen van pijnklachten kunnen inschatten;
* Weten wat je moet doen bij sportongevallen;
* Onderscheid kunnen maken tussen levensbedreigende, invaliderende en overige letsels;
* Kunnen handelen bij veelvoorkomende milde sportletsels.

Je ontvangt na afloop van de bijscholing een bewijs van deelname.
Herkennen van overbelasting & overtraining (niveau 4)
Sportmedisch
Herkennen van overbelasting & overtraining (niveau 4)

Bijscholing voor trainers en coaches / 1 dagdeel
Voorkomen is beter dan genezen. Dat geldt zeker voor sportblessures. Die kunnen acuut optreden (bijvoorbeeld door een botsing) maar ook langzaam inslijpen. Als je niet tijdig en adequaat ingrijpt, kunnen lichte pijnklachten uitgroeien tot serieuze blessures met mogelijk een operatie en een lange revalidatieperiode tot gevolg. Als trainer is het zaak klachten die duiden op overbelasting en overtraining te herkennen en passende maatregelen te nemen.

Voor trainers op niveau 4 is er een bijscholing waarbij je kunt leren hoe je moet omgaan met een sporter die juist aan het herstellen is van een blessure. In bepaalde gevallen volstaan aangepaste trainingen, maar meestal is behandeling van een sportarts of fysiotherapeut noodzakelijk. Ook sporters die na een blessure de draad weer oppakken, hebben een aangepaste aanpak nodig. Deze bijscholing leert je hoe je als trainer op een gefundeerde en planmatige manier een programma kunt opstellen voor een sporter die herstellende is van een blessure.

Opzet/Programma
In deze bijscholing wordt het probleem van overtraining in relatie tot belasting/belastbaarheid besproken en worden de factoren die de hersteltijd bepalen, geïnventariseerd. Je komt te weten hoe verminderde belastbaarheid kan leiden tot overtraining en ook hoe je overtraining kunt voorkomen of herkennen en welke aanpak daar dan bij hoort. De bijscholing geeft voorts handvatten hoe je een jaarplan maakt om blessures bij sporters te voorkomen. Het doel van een (geperiodiseerd) jaarplan is een verantwoorde opbouw van trainingen en wedstrijden die gericht is op het realiseren van een bepaalde prestatie. Je leert hoe je de belasting kunt opvoeren en de grenzen van de belastbaarheid opzoekt.

Leerdoelen
* Op een gefundeerde en planmatige manier een programma op kunnen stellen voor een sporter die herstellende is van een blessure;
* Op een systematische manier kunnen kijken naar de blessures van je sporters.

Je ontvangt na afloop van de bijscholing een bewijs van deelname.

 

Praktijkbegeleider in de sport

Bijscholing voor trainers en coaches / 2 dagdelen

Trainers en coaches kunnen bij sportbonden of het beroepsonderwijs tal van cursussen, opleidingen en bijscholingen volgen om hun eigen niveau en daarmee het sportaanbod van verenigingen te verbeteren. Een stage is vaak onmisbaar om de broodnodige ervaring op te doen, waarbij de rol van de praktijkbegeleider goud waard is.

Praktijkbegeleider in de sport is een ‘functie’ die met name geschikt is voor door de wol geverfde trainers die het leuk vinden hun passie, kennis en ervaring over te dragen op nieuwe generaties trainers. Een adequate begeleiding op de werkvloer is namelijk cruciaal voor een leerzame, inspirerende en effectieve stage. Bovendien is het voor sportverenigingen ook van belang om capabele praktijkbegeleiders in huis te hebben. Daarmee verbetert het leerklimaat voor toekomstige trainers.

Voor trainers die beschikken over een diploma (*) op niveau 3 (of vergelijkbaar) en minimaal twee jaar trainerservaring hebben, is er een bijscholing ‘Praktijkbegeleider in de sport’ ontwikkeld. Je leert hoe je samen met de toekomstige trainer persoonlijke leerdoelen op kunt stellen en hoe je de stage met hem of haar moet evalueren.

Opzet/Programma
De bijscholing bestaat uit een theorie- en een praktijkgedeelte. Je krijgt in twee dagdelen een algemene uitleg over competentiegericht opleiden en de rol van de praktijkbegeleider in dit opleidingstraject. Ook ga je situaties oefenen die je als praktijkbegeleider wellicht tegen gaat komen. Na deze theorie ga je met praktijkopdrachten aan de slag over onderwerpen waarmee trainers-in-spé worden geholpen. Deze opdrachten worden beoordeeld door de docent. Bij voldoende beoordeling krijg je een certificaat.

Leerdoelen
* In staat zijn praktijkervaring over te brengen;
* Trainers in opleiding kunnen begeleiden tijdens hun stage;
* Een stage kunnen evalueren.

* Bij twijfel over je diploma kun je contact opnemen met je eigen sportbond.

 

Weerbaarheid voor arbitrage

Bijscholing voor arbitrage / 1 dagdeel

Als arbiter in de sport ben je regelmatig de ‘kop van jut’. Kritiek, scheldpartijen van sporters, coaches, ouders en andere toeschouwers; je krijgt er vroeg of laat – op elk niveau – wel eens mee te maken. De meeste scheidsrechters, grensrechters en juryleden hebben inmiddels een dikke huid ontwikkeld en blijven hun ‘werk’ stoïcijns doen. Maar er zijn ook die er daadwerkelijk last van hebben en die graag wat weerbaarder zouden willen worden. Per slot van rekening gaat het óók om jouw eigen plezier in de sport.

In de meeste cursussen voor (beginnende) arbiters worden voornamelijk de (spel)regels behandeld en word je voorbereid op het leiden van een wedstrijd. In de praktijk komen er in wedstrijdverband echter nog allerlei randzaken bij waar je je tegen moet wapenen, met name veroorzaakt door emoties van sporters, coaches en publiek.

Er zijn genoeg factoren te bedenken die een negatieve invloed hebben op het functioneren van een arbiter. Met deze bijscholing word je je meer bewust van deze beïnvloedingsfactoren en kun je er meer weerstand aan bieden. Door bewustwording en met behulp van de nodige tips, ben je beter in staat met deze specifieke omstandigheden om te gaan en daardoor je weerbaarheid te vergroten. Zo creëer je niet alleen voor de sporters en coaches een veilig en prettig sportklimaat, maar óók voor jezelf! Met deze bijscholing word je een ‘completere’ arbiter die onder alle omstandigheden naar eer en geweten de juiste beslissing neemt en bovenal plezier blijft houden in de sport!

Opzet/Programma
De bijscholing wordt gegeven door een ervaren scheidsrechter, aan de hand van een presentatie die in de huisstijl van de betreffende sportbond kan worden gegoten en – waar mogelijk – ook per sport op maat kan worden gemaakt.

Jullie gaan dan samen bespreken wat je precies onder ‘weerbaarheid’ verstaat en wat jullie specifieke ‘beïnvloedingsfactoren’ voor-, tijdens- en na de wedstrijd zijn. Je leert hoe je met weerstand kunt omgaan en hoe je meer persoonlijkheid kunt ontwikkelen als official. Uiteraard is er ook ruimte om praktijksituaties uit eigen ervaring te delen en verder leer je technieken om je spanning als scheidsrechter te reguleren.

Leerdoelen
* Bewust worden van beïnvloedingsfactoren;
* Meer persoonlijkheid ontwikkelen als arbiter;
* Omgaan met- en reguleren van spanning;
* Weerbaarder worden.

Je ontvangt na afloop van de bijscholing een bewijs van deelname.

Sportiviteit & Respect – Nog effectiever opleiden

Bijscholing voor opleiders / 2 dagdelen

Sportiviteit & Respect zit in vrijwel alle opleidingen voor trainer-coaches verweven. Toch vinden veel opleiders het lastig om het als afzonderlijk thema te behandelen, want het komt al snel in de verdrukking door andere onderwerpen die de deelnemers vaak belangrijker vinden. Door meer activerend les te geven –met Sportiviteit & Respect als rode draad – kun je als opleider zaken op de agenda houden die betrekking hebben op sportiviteit, respect, leerklimaat en waardering.

Ook in sporttechnische opleidingen zijn competenties als positieve feedback geven, waardering laten blijken, heldere afspraken maken en op de juiste manier grenzen stellen essentieel. In deze bijscholing leer je als opleider hoe je door aandacht te geven aan deze competenties, het thema Sportiviteit & Respect regelmatig aan de orde te stellen en de juiste aandacht te geven.

Opzet/Programma
In deze bijscholingsmodule word je getraind om op interactieve wijze de vier centrale thema’s van Sportiviteit & Respect op een natuurlijke wijze tot hun recht te laten komen. Het gaat dan om het stimuleren van gewenst gedrag, positief omgaan met elkaar, het maken van afspraken over gewenst gedrag en het omgaan met ongewenst gedrag. Naast het versterken van de vaardigheid om de vier thema’s onderdeel te laten zijn van de opleidingen, gaat het er juist ook om dit activerend en praktijkgericht te doen. Zo ben je als opleider in staat mensen nóg effectiever op te leiden.

Deze bijscholing zal zeker ook opleiders van bonden helpen om met de aangepaste lesplannen te werken.

Leerdoelen
* Een ‘visie op leren’ ontwikkelen met drie tot vijf richtinggevende uitspraken voor lesplan en –uitvoering;
* Vijf interventies kunnen noemen die bijdragen aan effectief leren van je cursisten;
* Drie effectieve interventies/werkvormen kunnen toepassen in je volgende bijscholing;
* Een helder, gestructureerd lesdeel van 20 minuten kunnen ontwerpen waarin ‘Sportiviteit & Respect’ expliciet aan de orde komt;
* Feedback kunnen geven of krijgen op een gegeven les met behulp van observatiepunten.

Je ontvangt na afloop van de bijscholing een bewijs van deelname